Hoe kijken we vandaag naar de coronacrisis?

Bij de uitbraak van het coronavirus was er in Nederland aanvankelijk een laconieke houding. Wuhan is ver weg en men verwachtte hooguit een epidemie zoals met SARS of MERS: In Azië belangrijk, met groot alarm en strenge maatregelen, maar uiteindelijk met een beperkt aantal slachtoffers. In de rest van de wereld nauwelijks van enige betekenis. De herhaaldelijke debataanvragen van Thierry Baudet eind januari, werden dus ook weggelachen.

Dat beeld veranderde toen er spectaculaire berichten en beelden kwamen uit Noord-Italië, waar de gezondheidszorg de aantallen getroffenen niet aankon en de indruk werd gewekt dat er massale sterfte optrad. Dit terwijl de berichten tevens luidden dat de kwaliteit van de Noord-Italiaanse gezondheidszorg zeer goed is met veel meer IC-capaciteit dan in Nederland.

Toen er ook in Nederland besmettingen en sterfgevallen optraden werd groot alarm geslagen. In een ernstige toespraak op nationale televisie, de eerste van dit type sinds de oliecrisis in 1973, werden door de minister-president maatregelen aangekondigd. Daags daarna werden deze maatregelen nog eens aanzienlijk verscherpt. De deskundigen van het RIVM leken vanaf dat moment de facto aan de knoppen van de beleidsvoering te zitten.

Het contrast tussen de aanvankelijk laconieke houding, óók bij het RIVM, en de serieuze en ongehoord vrijheidsbeperkende maatregelen en ernstige adviezen die later werden uitgevaardigd kon haast niet groter zijn. Een staat van beleg.

De situatie in Nederland was vergelijkbaar met die in veel andere landen. Zeer vergaande overheidsmaatregelen in het kader van een nationale noodsituatie met als belangrijkste doel verdere besmetting te vertragen om te voorkomen dat de zorginfrastructuur (ziekenhuizen, IC’s, hulpmiddelen) tekortschiet en overbelast raakt. Nederland was in vergelijking met andere landen zoals het VK, Frankrijk, België, Spanje en Italië nog relatief mild in haar maatregelen. De lock-down in de genoemde landen was strenger en daarmee de inbreuk op de burgerlijke vrijheden (nog) groter.

De ernst van de corona-crisis

Sinds de houding is omgeslagen in Nederland is het ‘not-done’ geworden om de corona epidemie te vergelijken met een griepuitbraak. Het type klachten - en in sommige gevallen de ernst daarvan - wijkt op een aantal punten af van het beeld bij de gewone seizoensgriep. Cijfermatig echter is het verschil niet erg groot. Dat wordt duidelijk na bestudering van de corona-sterftecijfers.

Er overlijden per jaar circa 150.000 mensen in Nederland. Het aantal corona-doden in Nederland bedraagt (per 24 mei 2020) officieel 5.822. Voor het overgrote deel betreft dit mensen in de leeftijdscategorie van 70+ (5.163, waarvan 3.584 in de leeftijd 80+). Bij de laatste grote griepuitbraak (2017/2018) was er een ‘oversterfte’ van circa 9.500 die grotendeels aan deze griep werd toegeschreven. Het aantal slachtoffers bij een griepepidemie lijkt dus vergelijkbaar met de huidige aantallen coronaslachtoffers.

Wereldwijd zijn er tot nu toe circa 350.000 corona-doden gemeld. Per jaar overlijden in de wereld circa 58 miljoen (2019) mensen. Het aantal coronadoden tot nu toe is wereldwijd ongeveer 0,6% van het jaarlijkse sterftecijfer. In Nederland is dat in de orde van 4% van de jaarlijkse sterfte.

Er wordt wel gesteld dat het dankzij de strenge wereldwijde maatregelen is dat het aantal slachtoffers beperkt is gebleven. Zonder wereldwijde lock-down zou er een veelvoud aan slachtoffers zijn gevallen. Dit is een onbewijsbare stelling. Lock-down maatregelen zijn nationaal genomen. Daarin waren nogal wat verschillen, variërend van mild tot zeer streng. De cijfers van de verschillende landen lopen fors uiteen en het is onduidelijk of er een correlatie is tussen de aard en strengheid van de maatregelen en het succes in de beperking van het dodental. 

Het lijkt, met de kennis van vandaag, dat er in Nederland en in de hele wereld absurd over-gereageerd is op de COVID-19 uitbraak. Wanneer we een stevige griepuitbraak gewoonlijk onvermeld laten en een uitbraak met vergelijkbare karakteristieken beantwoorden met een wereldwijde staat van beleg kan geen andere conclusie worden getrokken.

De relatieve prestatie van Nederland bij de coronabestrijding

Vanaf het begin van de uitbraak van het coronavirus wordt op de site worldometers.info bijgehouden hoeveel tests, besmettingen, sterfgevallen, etc. gemeld worden. Nagenoeg alle landen in de wereld rapporteren dagelijks gegevens hierover.

Met behulp van de gegevens van deze website kunnen landen met elkaar worden vergeleken, bijvoorbeeld voor wat betreft aantallen uitgevoerde testen en aantallen coronaslachtoffers. Wanneer we kijken naar het aantal dodelijke slachtoffers per miljoen inwoners, een ogenschijnlijk redelijke maat voor het succes van de virusbestrijding, staat Nederland op een bijzonder slechte (10e) plaats van de 213 landen waarvan gegevens worden bijgehouden. In die top 10 staan tevens San Marino (1), Andorra (3) en Sint Maarten (9). Landen die een te klein inwonertal hebben voor een betrouwbare weergave per 1 miljoen inwoners. Effectief staat Nederland qua dodental daarmee op de 7e plaats, met tot nu toe (24 mei 2020) een dodental per 1 miljoen inwoners van 340.

België (801), Spanje (613), Italië (541), het Verenigd Koninkrijk (541) en Frankrijk (434) doen het ogenschijnlijk nóg slechter dan Nederland. Zweden (396) en Ierland (325) zitten grofweg in dezelfde range.

Op de cijfers valt veel af te dingen. Er is onzekerheid over de kwaliteit en betrouwbaarheid van de diverse rapportages. Zo worden in China slechts 4.634 sterfgevallen gemeld, dat is circa 3 per 1 miljoen inwoners. Algemeen wordt aangenomen dat dit een geflatteerd cijfer is. Niet alle landen zitten bovendien op dezelfde plaats in de ‘besmettingscurve’, sommige lopen op Nederland achter waardoor onze relatieve positie in de toekomst wellicht iets minder slecht wordt. Bovendien is het discutabel welke sterfgevallen precies kunnen worden toegeschreven aan het virus. Zowel in Nederland als elders wordt door de autoriteiten gesteld dat de werkelijke aantallen veel hoger zouden kunnen zijn omdat patiënten die thuis overlijden lang niet altijd in de cijfers worden meegenomen. 

Daar staat tegenover dat overlijden ‘met het virus’ niet hetzelfde is als overlijden ‘door het virus’, temeer omdat er bij de sterfgevallen veelal sprake is van meerdere ernstige aandoeningen tegelijk. Bovendien wordt er bij overlijdensgevallen lang niet altijd getest en is een vermoeden van COVID-19 vaak al voldoende om in die sterftecategorie te worden ingedeeld.

Een andere benadering is om te kijken naar het totale sterftecijfer, onafhankelijk van de vermeende oorzaak. De mate waarin dit totale sterftecijfer naar boven afwijkt van hetgeen over de afgelopen jaren gebruikelijk is geeft een indruk van de impact van de nieuwe sterfte-oorzaak: het coronavirus. Deze cijfers laten voor Nederland een hoge piek zien in de eerste week van april met een weeksterftecijfer hoger dan 5.000, meer dan 2.000 boven gemiddeld en ook circa 1.000 boven de piek tijdens de griepgolf van 2017/2018. In de weken daarna daalt het cijfer weer snel. Op dit moment zitten we zelfs beneden de gebruikelijke weeksterfte.

Ook hier valt er over cijfers te twisten. Zo is het onduidelijk welke invloed de jaarlijkse griep heeft gehad, hetgeen de vermeende coronacijfers ernstiger of juist minder ernstig kan maken. Ook zou het kunnen dat als gevolg van de sterk verminderde reguliere ziekenhuiszorg extra sterfte is opgetreden die niets met COVID-19 te maken heeft.

Hoe dit allemaal ook zij, duidelijk is wel dat Nederland er slecht uitkomt. Bijna alle landen in de wereld lijken het beter of aanzienlijk beter te doen dan Nederland.

Nederland: het dichtbevolkte land van vrijbuiters

Ja, wordt dan gezegd, maar Nederland is een zeer dichtbevolkt land. En bovendien is dit een land van vrijbuiters, mensen houden zich maar beperkt aan quarantaineregels en zijn niet zo volgzaam als bijvoorbeeld de mensen in Azië. Deze argumenten zijn niet heel sterk.

In alle landen zijn de meeste slachtoffers logischerwijs gevallen in relatief dichtbevolkte urbane omgevingen. In Nederland ook, hoewel de belangrijkste haard lag in Brabant, niet eens het meest dichtstbevolkte deel van Nederland. Dat andere landen veel grotere afstanden tussen de urbane gebieden hebben dan Nederland betekent nog niet dat de gebieden zelf niet vergelijkbaar zijn. Zo is Noord-Brabant goed vergelijkbaar met de Stockholmprovincie.

Het vrijbuitergehalte van de Nederlanders lijkt iets van het verleden. Stads- en uitgaanscentra, stranden, parken en boulevards, ze bleven de laatste weken grotendeels leeg. Geen restaurant is illegaal open. Zelfs geen terras. Het OV was uitgestorven, iedereen werkte thuis. De angst onder de Nederlandse bevolking zit er goed in. En de media helpen enthousiast mee om iedere vrijheidsdrang te ontmoedigen en de bezorgdheid op peil te houden. Kritiek op het coronabeleid van de regering of op het RIVM is taboe. Kritische analyses en alternatieve strategieën zijn in de mainstream media bijna niet te vinden. De laatste paar dagen begint dat heel voorzichtig te komen, nu duidelijk wordt dat 1) het virus bijna is uitgedoofd, 2) op de regerings- en RIVM-aanpak wel wat valt aan te merken en 3) de forse economische en maatschappelijke consequenties enigszins zichtbaar worden.

Dat Nederland het in vergelijking met de rest van de wereld opvallend slecht gedaan heeft is nog niet tot het publiek doorgedrongen. Toch is dit een zeer opmerkelijk gegeven en in contrast met de grote waardering en bewondering die de minister-president dezer dagen ten deel vallen.

Nederlandse overheidsrespons

In een tijd als deze is er bij het publiek een grote honger naar eerlijke en duidelijke berichtgeving, heldere analyses en consequente en transparante beleidslijnen. Dat er sprake is van onzekerheid, fouten worden gemaakt, inzichten voortschrijden en perspectieven wijzigen is logisch. Dat foutieve inschattingen enigszins worden toegedekt zelfs ook. Het publiek is in deze fase zeer vergevingsgezind. Maar de vanzelfsprekendheid waarmee 180 graden beleidswijzigingen worden gepresenteerd, de halsstarrigheid waarmee dysfunctioneel beleid wordt volgehouden en de stelligheid waarmee alternatieve inzichten van tafel worden geveegd zijn verbijsterend. Of het nu gaat over de besmettelijkheid, de groepsimmuniteit, de testen, de mondkapjes, de werking van medicijnen, het wachten op vaccins of de wenselijkheid van de 1,5m maatschappij.

Een degelijke analyse lijkt aan de kant van de overheid grotendeels te ontbreken. De doelstelling van het beleid bestond oorspronkelijk uit ‘flattening the curve’ zodat de ziekenzorg niet wordt overlopen en tijd kan worden gewonnen voor o.a. opbouw van zorgcapaciteit, het met testen in kaart brengen van de situatie en het bedenken van een aanpak. De ‘flattening the curve’-periode rechtvaardigt een korte ‘lock-down’ omdat het iedereen veel waard is om vermeende zorg- en IC-rampen zoals in Noord-Italië te vermijden. Op 18 maart pleitte Thierry Baudet daarom voor een korte lock-down.[1]

Deze doelstelling lijkt stilzwijgend veranderd te zijn in ‘het zo veel mogelijk vermijden van besmetting’. Hierdoor wordt de duur van de ‘lock-down’ ongewis. Totdat er geen besmetting meer is? Tot de komst van een vaccin? Totdat het publiek er genoeg van heeft? Nieuwe besmettingen, zoals in de vleesverwerkende sector, worden bekendgemaakt alsof het sterfgevallen zijn. Ondertussen wordt door leden van het ‘Outbreak Management Team’ regelmatig ‘off the record’ uitgesproken dat het streven uiteindelijk gericht is op het bereiken van groepsimmuniteit, hetgeen met het vermijden van besmetting in strijd is. Op alle fronten is de overheidscommunicatie warrig en verwarrend, inconsequent en ad-hoc. Zaken die echt geregeld moeten worden, zoals het beschikbaar stellen van mondkapjes voor de zorg en verpleeghuizen en het organiseren van grootschalige testcapaciteit, gebeuren niet of veel te laat. Duidelijke logische en consequente instructies ontbreken. Maatschappelijke en economische gevolgen worden nauwelijks doordacht.

Zo wordt veel aandacht gegeven aan de 1,5m verplichte afstand die zowel binnen- als buitenshuis zou moeten worden aangehouden om besmetting te voorkomen. Met de zekere ondergang van veel bedrijfstakken als potentieel gevolg. De gedragsinstructies van de overheid voor de burger worden met een ouderwetse aan infantiliteit grenzende neerbuigendheid volgehouden en door de media braaf doorgegeven.

De alternatieve media beginnen zich inmiddels te roeren. Bijvoorbeeld met maatschappelijk-economische analyses. En ook op epidemiologisch-inhoudelijk terrein zoals waar het de waarschijnlijke besmettingsmechanismen betreft. Maurice de Hond heeft op diverse mediaplatforms al wekenlang goed onderbouwd aannemelijk gemaakt dat de besmetting vooral binnenshuis plaatsvindt via aerosolen. Als dit waar is heeft het concept van de 1,5m samenleving waardoor de gehele samenleving dreigt te worden ontwricht helemaal geen zin en moet worden ingezet op voldoende ventilatie en luchtvochtigheid. Er lijkt niet naar te worden geluisterd. Daarom verzet FVD zich fel tegen de vanzelfsprekendheid waarmee de anderhalvemetersamenleving nu wordt genormaliseerd.

Medicijnen

Als we de reguliere media moeten geloven is het grote wachten nu op een werkzaam vaccin. Wanneer dan vervolgens nagenoeg de hele wereld wordt ingeënt zouden we voor altijd van dit virus zijn verlost. Er wordt op diverse plaatsen aan zo’n vaccin gewerkt, onder andere binnen diverse programma’s die financieel worden gesteund door de Bill & Melinda Gates Foundation, de grootste liefdadigheidsinstelling ter wereld. Maar uiteraard zijn ook alle grote farmaceutische bedrijven hiermee bezig. Dat geldt ook voor de ontwikkeling van virusremmers zoals Remdesivir, waarmee de werkzaamheid van het coronavirus wellicht kan worden afgeremd.

Hierbij wordt vaccinatie vaak ten onrechte afgeschilderd als het onomstreden ideaal. Vaccinatie is een geniale vinding, maar heeft veel onzekerheden en risico’s. Zeker wanneer zo’n vaccin onder grote druk wordt ontwikkeld. Om de veiligheid van een vaccin te verzekeren moet het op zo’n 100.000 mensen worden uitgetest. Er is twijfel of zoveel testpersonen überhaupt te vinden zijn, zeker binnen een tijdsbeslag van enkele maanden. Er zijn vele voorbeelden van geheel of gedeeltelijk misgelopen vaccinatieprogramma’s waarbij de ‘cure’ aanzienlijk ernstiger was dan de ‘disease’ die men trachtte te bestrijden. Men houdt zijn hart vast wanneer magnaten als Bill Gates een wereldwijde vaccinatie propageren. Vaccinatie wordt in het algemeen ingezet bij ziekten waarvan de individuele kans om het te krijgen en zeer ernstige gevolgen te ondervinden aanzienlijk is. Het (zeer kleine) persoonlijke risico van vaccinatie weegt daar dan ruimschoots tegenop. Bij COVID-19 lijkt dit niet op voorhand het geval.

Eén van de medicijnen waarvan op diverse plaatsen succes wordt geclaimd is Chloroquine of Hydroxychloroquine (HCQ) (tezamen met zink(-orotaat) en azitromycine). Dit is een middel dat al decennia wordt voorgeschreven tegen malaria en bij reuma en lupus. Ook president Trump geeft aan dit middel preventief te gebruiken. Ook in Nederland is dit middel enige tijd met succes gebruikt bij patiënten met de eerste symptomen van COVID-19. In Nederland is het naar het schijnt huisartsen verboden om dit middel voor te schrijven omdat het officieel niet is toegelaten voor de behandeling van COVID-19. Er lopen thans diverse ‘randomized clinical trials’ (RCT’s) om de werkzaamheid te testen.

De situatie met betrekking tot COVID-19 medicatie is verwarrend. Omdat President Trump zich al in een vroeg stadium hoopvol heeft uitgelaten over HCQ is dit een sterk gepolitiseerd onderwerp geworden. Politici en aanhangers van de Democratische Partij in de VS hebben zich negatief uitgelaten over HCQ en helpen alle negatieve berichten hierover aan veel media-aandacht, hierin bijgestaan door de farmaceutische industrie die ook nog eens een groot aandeel heeft in de grote medianetworks in de VS. Gezien de onvoorstelbare omvang van de economische belangen is het bijna onmogelijk om onpartijdige en betrouwbare berichtgeving over COVID-19 medicatie te vinden. Zelfs de RCT’s zijn vaak direct of indirect gefinancierd door de farmaceutische industrie en kunnen relatief gemakkelijk worden gemanipuleerd. HCQ is een goedkoop middel, de patenten zijn al jaren verlopen. 

Tenslotte moet hier worden vermeld dat de werkzaamheid van medicijnen van oudsher maar zelden een zwart-wit vraagstuk is en niet eenvoudig vast te stellen. De gevallen waarin een patiënt zonder medicijn acuut sterft en met medicijn als bij toverslag weer kiplekker is bestaan bijna alleen in sprookjes. In werkelijkheid zijn er vele grijstinten, statistische significanties, retrospectieve analyses die vertrouwen op onbetrouwbare persoonlijke herinnering, persoonlijke bias, placebo-effecten, wishful thinking, en zo voort. De aarzeling om zonder RCT’s medicijnen als heilzaam te verklaren is gegrond op hardnekkige en schadelijke kwakzalverervaringen waar misbruik werd gemaakt van valse hoop. Maar zelfs RCT’s kunnen onder druk van grote belangen misbruikt en vervalst worden.

Analyse en verklaring

Hoe is het mogelijk dat alle landen van de wereld in een tijd van twee weken eensgezind besluiten om al hun bevolkingen feitelijk huisarrest op te leggen en daarmee hun samenlevingen en economieën enorme schade toe te brengen. Nog nooit in de hele historie van de mensheid zijn zulke zware, vrijheidsbeperkende maatregelen zo breed in de wereld aan bevolkingen opgelegd. Zelfs niet ten tijde van de laatste wereldoorlogen. En dit alles voor een fenomeen dat bij nadere beschouwing niet meer om het lijf heeft dan een stevige uitbraak van seizoensmatige griep.

De verklaring hiervoor lijkt te liggen in een aantal samenlopende omstandigheden. Na de aanvankelijke laconieke behandeling van deze virusuitbraak leken plotseling alle ingrediënten aanwezig voor een ‘perfect storm’. Allereerst waren daar de computermodellen van de epidemiologen van Imperial College, een achtenswaardig en internationaal vermaard instituut dat adviseert aan de belangrijkste regeringen in de wereld. Hier werden enorme aantallen slachtoffers voorspeld wanneer niet direct zwaar zou worden ingegrepen. Er was bovendien een Chinese overheid die de ware aard van het virus leek te verhullen; de reële mogelijkheid dat dit virus uit een lab zou komen of zelfs ‘man-made’ zou kunnen zijn; de onduidelijke en late waarschuwingen van de WHO die onder invloed van China zou staan. En dan de spectaculaire beelden en getuigenissen uit China en later ook uit Iran, Italië, Madrid en New York. Het heeft er alle schijn van dat alle regeringen hierdoor synchroon in extreme actie zijn geschoten.

Het feit dat de genoemde computermodellen er bij eerdere voorspellingen ordes van grootte naast zaten (o.a. bij Swineflu, Mad Cow disease, MERS en SARS) kreeg geen aandacht. Dat Noord-Italiaanse gezondheidszorg, waar zo hoog over was opgegeven, helemaal niet geweldig op orde is en daar ook al in 2018 de IC-capaciteit werd overlopen, nota bene als gevolg van een griepuitbraak, bleef onvermeld. Dat logistieke problemen bij mortuaria en crematoria in Italië en New York vooral een gevolg waren van de lock-down, waardoor allerlei transportfuncties uitvielen, en niet van een enorm gestegen dodental werd evenmin belicht. Bij ijzingwekkende beelden van ‘massagraven’ in New York bleek het te gaan om Hart Island, waar al decennia anonieme doden (zoals daklozen) worden begraven en waar niets ongewoons aan de hand was.

De combinatie van ernstige deskundige voorspellingen, een eventuele sinistere herkomst van het virus met selectieve sensatiegerichte - en deels op ‘nep-nieuws’ gebaseerde – berichtgeving in de internationale media bracht in de hele wereld de politieke leiders tot ongehoorde maatregelen.

Vervolgens traden de gebruikelijke versterkende effecten op. Virologen en epidemiologen kwamen dagelijks op de televisie om de ernst van het vraagstuk en daarmee ook hun eigen belangrijkheid te onderstrepen. Internationale gezondheidsorganisaties en producenten van vaccins lieten van zich horen. Nationale nieuwszenders met corona-informatie werden plotseling populair en door miljoenen mensen gevolgd. Politieke leiders konden zich opeens als nationale leiders profileren. Naar de eerste persconferenties van de Nederlandse minister-president werd door meer dan zeven miljoen mensen gekeken, een nieuw record. 

Maar ook: het publiek was angstig gemaakt en de politici - zelfs als ze zouden willen - konden niet eenvoudig meer terug. De verzwaring van maatregelen werd aanvankelijk door publieke druk afgedwongen. Ook internationaal was er sterke beïnvloeding. Zweden, dat relatief milde maatregelen had genomen, werd internationaal onder druk gezet om méér te doen. De president van Brazilië werd verguisd en zelfs door zijn regionale gouverneurs deels ondermijnd naar aanleiding van zijn terughoudendheid ten aanzien van coronamaatregelen. De president van de Verenigde Staten ondervond dezelfde druk.

Heilzame effecten van beleid

In een relatief vroeg stadium van de Nederlandse coronacrisis werd door mediapersoonlijkheden de provocerende vraag gesteld of aan het langer in leven houden van ongezond levende hoogbejaarden de hele nationale economie mag worden opgeofferd. Deze ongenuanceerde formulering riep veel weerstand op. De echte vraag was natuurlijk: is de ‘cure’ hier niet erger dan de ‘disease’? Want in plaats van ‘economie’ kan hier ook gelezen worden ‘samenleving’, ‘het menselijk welzijn’, ‘de menselijke levensvervulling’. Zelfs gemeten in sterfgevallen zou het goed kunnen dat de maatschappelijke bij- en na-effecten van de lock-down groter zijn dan het aantal corona-slachtoffers dat hierdoor werd vermeden.

Het kan bovendien worden betwijfeld of de ingrijpende ‘social distancing’-maatregelen en met name de quarantaine (‘binnenblijven’) van zeer grote delen van de bevolking wel zo veel hebben bijgedragen aan het beperken van corona-slachtoffers. Bestudering van de besmettingen en mortaliteiten over de gehele wereld leidt steeds meer tot het inzicht dat het virus in de buitenlucht onder invloed van UV-straling slecht overleeft en dat besmetting vooral ook plaatsvindt via aerosolen in gesloten ruimtes.

Dit is natuurlijk allemaal in hoge mate wijsheid achteraf en kan regeringen niet al te zeer worden nagedragen. Wel is het van belang om ook tijdens de ontwikkeling van de crisis te blijven leren en beleid aan te passen zodra inzichten wijzigen. 

Conclusies

De ingrijpende beperkingen, de eindeloze rij van blunders en onverklaarbare beleids­wijzigingen en de vaak kinderlijke communicatie voeden in Nederland het wantrouwen rondom de coronacrisis. Het is niet voor niets dat alternatieve media, waarin vaak een andere kant van de coronacrisis wordt belicht dezer dagen enorme aantallen bezoekers krijgen.

Met de inzichten van vandaag kan geconcludeerd worden dat de ernst van de corona uitbraak gelukkig enorm meevalt, dat de overheidsmaatregelen op geen enkele manier hierdoor worden gerechtvaardigd en zo snel mogelijk moeten worden opgeheven. Een ‘nieuw normaal’ en een ‘1,5m samenleving’ vervallen hiermee geheel. Bovendien is duidelijk geworden dat een lock-down zoals is toegepast nooit meer zal mogen gebeuren.

Er schemert bij de bevolking inmiddels duidelijk door dat er vaak andere belangen spelen dan er worden genoemd. Tegelijkertijd lijkt het van de politieke oppositie in deze fase niet te worden geaccepteerd wanneer zij al te stevige kritiek leveren. ‘De beste stuurlui staan aan wal’ en ‘loop de regering nu niet in de weg’ lijkt het devies. Dat sentiment zou de komende tijd wel eens kunnen draaien naarmate er meer bekend wordt over de (beperkte) omvang van het probleem en de relatief ongunstige plaats van Nederland in de ranglijst van landen en maatregelen.

Renaissance Instituut, 29 mei 2020

 

[1] Zie bijdrage uit het debat van 18 maart via https://twitter.com/thierrybaudet/status/1240600831902302209.

[2] Zie Hiddema op 11 mei (https://www.youtube.com/watch?v=wn1ZZb5Puh4) en Baudet op 20 mei (https://www.youtube.com/watch?v=wWBAxRL4Cb4).