Moeten politieke partijen opvattingen uitdragen over seks?

FvD-leider Thierry Baudet triggerde iedereen op sociale media met een prijsvraag die oproept om essays te schrijven over ‘seks en sublimatie’. Twitterend Nederland reageerde als gestoken door een wesp: hoe haalde hij het in zijn hoofd om het seksleven te politiseren?

Door Sid Lukkassen

De verontwaardiging die de essaywedstrijd losmaakte is een goede grond om eraan mee te doen. Namelijk om de validiteit van het onderliggende punt te demonstreren: opvattingen over seksualiteit zijn inherent opvattingen over maatschappelijke organisatievormen. Daarmee zijn opvattingen over seksualiteit, gewild of ongewild, bouwstenen van politieke ideologie. Dat is al zo sinds de Romeinen de Lex Iulia et Papia Poppaea afkondigden. Deze wet erkende en expliceerde de seksuele voorveronderstellingen van de politieke orde: je hebt een zekere huwelijks- en gezinsmoraal nodig om een kinderaanwas te garanderen die dusdanig sterk is dat de continuïteit van de Republiek gewaarborgd is

We zijn geneigd om seksualiteit te denken als a-politiek onderwerp. We associëren politiek met hypotheken, maximum snelheden en belastingtarieven. Seks – en aanverwante thema’s die ‘privé’ zijn – onttrekken zich aan het bereik van de politiek, die zich louter met ‘publieke’ kwesties dient te bekommeren.

Doch juist dit onderscheid, deze invalshoek, is op zichzelf ideologisch. Het impliceert een welbepaalde, uitgesproken en in die zin dus politieke, opvatting over seks (en in het kielzog daarvan: al het andere dat ons privéleven vormt). Sowieso is het concept van een scheiding tussen ‘privé’ en ‘politiek’ zélf het product van welbepaalde culturele tradities die specifiek Westers zijn. Net zoals bijvoorbeeld het concept van ‘secularisme’, wezensvreemd is aan de islam, waarin de politieke en religieuze autoriteiten één zijn.

Elke politieke orde berust dus op seksuele voorveronderstellingen die het politieke karakter van deze orde mede bepalen. Die voorveronderstellingen kun je oftewel impliciet laten (dit is wat de partijen doen die het standpunt huldigen van een absolute scheiding tussen publiek en privé), oftewel expliciet maken (dit doet bijvoorbeeld de SGP, die expliciet de politieke strijd aanbindt met ‘Second Love’).

De politiek definieert bijvoorbeeld wat als een huwelijk telt, hoeveel mensen deel van die eenheid kunnen zijn, en op welke fiscale en andere voordelen je jezelf als huwelijkspartners kunt beroepen. Hiermee neemt de politiek ideologisch stelling door monogamen te bevoordelen boven polyamoren. Zodra je hier wat van vindt, ben je al bezig met politieke discussies over seks.

Ook een ‘age of consent’ is een politiek bepaald verhaal: de islamitische traditie denkt hier nogal anders over dan de Westerse, en het zijn de politieke machten die bepalen welke traditie triomfeert over de publieke ruimte. Of waarom zou iemand wel op zijn achttiende levensjaar in het leger kunnen dienen, en worden blootgesteld aan alle gruwelijkheden van een slagveld, maar niet het eigen lichaam als prostituee mogen aanbieden? Ook deze ethische discussie is politiek van aard.

Hierover kun je vervolgens zeggen dat de partijen die doen alsof seksualiteit totaal een zaak is van het privé domein, zichzelf opstellen als kritiekloze facilitators van ideologische krachten op het maatschappelijk middenveld. Dit zijn bijvoorbeeld liberaal-anarchistische krachten of juist conservatief-islamitische, die hun eigen visies pushen van wat seks en huwelijkstrouw moeten zijn.

Dit laatste licht ik toe met het voorbeeld van Tinder. Velen menen dat datingapps waarde-neutrale gebruikersgoederen zijn die alleen de waardes van de gebruiker weerspiegelen. Niets is minder waar. De omhoogruildrang van mensen wordt vergroot doordat datingapps relatievorming onttrekken aan organische gemeenschappen, die traditioneel een ondersteunende en stabiliserende rol vervulden. Datingapps versterken compartimentalisering – het gebeurt veelvuldig dat iemand die een prima date via Tinder heeft, diezelfde avond nog kijkt of er niet een nóg beter persoon te regelen is.

Graag zou ik nader ingaan op de politieke implicaties van de seksuele selectiemacht. Allerlei verdelingsvraagstukken zijn onderhevig aan politieke besluitvorming: hoeveel bezit mag iemand hebben, welke welvaartsverschillen zijn nog oorbaar, enzovoort. Maar wat betreft toegang tot seksualiteit is de maatschappij de laatste vijftig jaar véél aristocratischer geworden – sinds mensen zijn losgeweekt uit de traditionele structuur van het monogame christelijke huwelijk – wat ook veel ongelijkheid meevoert. Seksualiteit is minstens zo belangrijk voor het levensgeluk als materieel bezit. Het taboe op dit thema dient zodoende om een bestaande machtsongelijkheid buiten kritiek te stellen.

Nog over die krachten op het middenveld. Puck van der Land schreef het boek De Commune van Rotterdam over haar bestaan in een cultuurmarxistisch leefverband. De commune ontstond rond de leidersfiguur van KENml de Kommunistiese Eenheidsbeweging Nederland (marxisties-leninisties). De commune streefde naar het ontwikkelen van een nieuwe socialistische mens. Het leefverband zou “de oplossing brengen voor gevoelens als jaloezie”. Dit ging via “vrije relaties”.

Als je het samen eens bent dan heb je eenstemmigheid, en vanuit eenstemmigheid kun je met elkaar naar bed, zegt de leidersfiguur in het boek. Maar uit het boek blijkt bovenal dat het huwelijk voor arbeiders een ‘oikos’ was het huwelijk en traditionele gezin waren voor hen noodzakelijk om economisch te overleven. Sloopte je het huwelijk dan sloopte je hun leven: arbeiders er uit, cultuurmarxisten er in, was wat KENml met deze nieuwe koers ondervond. Hierom gaf de schrijfster het boek de ondertitel “het failliet van de vrije liefde”.

Citaat:

“Onze leider zette het marxistische standpunt over de basis van de vrouwenonderdrukking uiteen:

‘Vrouwen worden niet allereerst onderdrukt door hun man, maar door de privaat georganiseerde huishouding, waarin de opvoeding van kinderen en de reproductie van arbeidskracht moet plaatsvinden. Die private reproductie is de keerzijde van de kapitalistische productieverhoudingen.

Wanneer we iets willen doen aan de vrouwenonderdrukking, dan zullen we iets moeten doen aan de basis ervan. We moeten beginnen met de vermaatschappelijking van de opvoeding, dus zoeken naar vormen waarin moeders niet langer individueel de verantwoordelijkheid voor de opvoeding op hun schouders dragen. Een vorm om te beginnen kan een weekendcrèche zijn’.” (p35-6)

Bekijken we de situatie anno 2021, dan blijken deze opvattingen mainstream te zijn: ze worden nu ook door ‘woke’ kapitalistische bedrijven rondgepompt. Allerlei instituties nemen een grotere rol in binnen de opvoeding. Ook worden vrouwen opgejaagd om de arbeidsmarkt op te gaan, met alle problemen van dien, zoals exploderend alcoholisme onder vrouwen, om met deze werkdruk om te gaan.[1] Dit alcoholisme heeft politieke gevolgen, zoals een druk op zorgvoorzieningen. Wie echter de keerzijden van de emancipatie aankaart, wordt door politiek-correct Nederland standaard verdacht gemaakt. Altijd gaat het dan over de morele verontwaardiging, dat je het lef hebt om dit überhaupt te signaleren, en nóóit over de onderliggende vervreemding.

Ja, ‘kiezen voor vrijheid’ omsluit óók de mogelijkheid om te leven puur voor je eigen genot zonder kinderen na te laten. Ook dát hoort bij het ‘Vrije Westen’. Maar als genoeg mensen die hedonistische keuze maken op een individueel niveau, dan wordt het een politieke keuze op collectief niveau. Dan kiest het ‘Vrije Westen’ ervoor om zelfmoord te plegen.

Als tegenhanger van het linkse blok staat er daarom nu een jonge generatie conservatieven op. Zij staan sceptisch tegenover de ‘bevrijding’ die links predikt en benadrukken familiewaarden, patriottisme en tradities. Veel jonge conservatieven willen simpelweg een warm en overzichtelijk gezinsleven zoals onze ouders dat ook hadden. Maar de relatiemarkt bevordert dit niet – integendeel! Intelligentie is een belangrijke voorwaarde voor economische innovatie, maar juist hoogopgeleiden zitten in massa-steden opgehokt op dertig vierkante meter, zwevend van flexcontract naar flexcontract. Voortplanting – laat staan een gezin – zit er voor hen niet in. Op Netflix zien zij series die dat ontwortelde en geatomiseerde leven juist verheerlijken.[2]

Een cultuur van uitzichtloos wonen in te kleine huurwoningen, wordt versterkt door de grootstedelijke aanzuigkracht. Veel jonge en naïeve mensen raken begeesterd door het beeld dat je per se moet verhuizen naar een grote stad om daar een leven van persoonlijke schepping te leiden. En dat dan de deuren naar de top voor je opengaan en dat wie dit niet doet, in de vergetelheid zal wegvallen. Zo belanden deze mensen in kleine appartementjes waar ze hun twintiger en dertiger jaren besteden aan drank en dating apps. Uiteindelijk voelen ze hoe leeg de zelfstandigheid is die initieel het selling point was. Voor dit menstype is het niet langer duidelijk wat het nu zo mooi maakt om mens te zijn. Gestaag zullen ze hun zelfbeschikking overdragen aan steeds slimmere machines.

Enfin, het punt is gemaakt. Al deze krachten die in onze maatschappij actief zijn, werken in op relatievorming en seksualiteit – het zijn in wezen politieke krachten, die als zodanig ook door politieke partijen mogen worden aangesproken.

 


[1] NPR, ‘Women now drink as much as men, not so much for pleasure, but to cope’, 9/6/2021. Bron: www.npr.org/sections/health-shots/2021/06/09/1003980966/women-now-drink-as-much-as-men-and-suffer-health-effects-more-quickly?t=1623601236082&t=1624013494569 (18/6/2021).

[2] Sid Lukkassen, ‘The Alienist: cultuurmarxisme in suspense verpakking’, Doorbraak.be, 23/9/2018. Bron: https://doorbraak.be/recensies/the-alienist-cultuurmarxime-in-suspense-verpakking/ (15/6/2021).

 


Bekijk ook het videogesprek tussen Sid Lukkassen, Willem Cornax en Guido Fox over seks en sublimatie.

U kunt de artikelen van Sid Lukkassen ondersteunen via BackMe en vergeet niet zijn werk te volgen via Telegram en zijn nieuwsbrief. Luister ook naar zijn podcast: de Zuilcast.